linkedin
facebook
twitter
Vereniging van Nederlandse Tennis Leraren

Interview Hugo Ekker

Interview Hugo Ekker
Door: Sophie Asberg, Freelance redacteur, auteur van het jeugdtennisboek ‘Zeker een Beker, de enige coach die in je tennistas past’ (www.zekereenbeker.nl) en tennislerares.

Trainer: Hugo Ekker (1960)
Trainer bij: Hugo Ekker Tennis Academy, TP Buitenveldert, Amsterdam
Diploma’s: A, B en C
Specialisme: Wedstrijdtennis

Verplichte bijscholing: wat, waarom, hoe?
We zijn er inmiddels alweer aan gewend: verplichte bijscholing. En het cursusaanbod groeit. Maar welke bijscholingsmodules kies je? En waarom? Volg je bijvoorbeeld een module die je ‘gewoon interessant’ vindt of één die precies aansluit bij jouw persoonlijke situatie als trainer, zodat je je kwaliteit in je werk direct verhoogt?
In een serie interviews praat de Vereniging van Nederlandse Tennisleraren met tennisleraren over hun ontwikkeling en hun visie op verplichte bijscholing. In deze aflevering is de Amsterdamse tenniscoach Hugo Ekker aan het woord.

Ekker heeft al een lange staat van dienst. Hij rolde het trainersvak in omdat hij in zijn jeugd altijd op de tennisbaan stond en tennis helemaal fantastisch vond. Toen hij een jaar of zestien was dacht hij al: dit wil ik óók, lesgeven. En zo geschiedde. Op zijn negentiende, tennis was net booming, gaf hij zijn eerste lessen aan recreanten op Borgland. Maar al gauw ontdekte Ekker dat die doelgroep hem niet voldoende inspireerde. Een tijdelijke onderbreking van zijn werk vanwege militaire dienst bracht uitkomst. Het gaf zelfs een bepalende richting aan zijn nog jonge carrière. Samen met zijn tennismaat Paul van Geuns, tegelijkertijd met Ekker in militaire dienst, vatte hij het plan op om een tennisschool te starten, in die tijd nog een vrij nieuw verschijnsel. Ekker: “ Je had alleen een paar tennistrainers die met wedstrijdsport bezig waren, maar dat waren eigenlijk alleen maar trainers die privéles gaven aan goeie tennisspelers. Bij ons op de tennisschool gingen we in groepen lesgeven, en die groepen begeleidden we ook naar toernooien. Wat we daar hadden gezien koppelden we weer terug naar de trainingen. Dat was iets heel nieuws en een behoorlijk succes. We hadden veel nationaal kampioenen. We begeleidden onder andere Jan Willem Lodder, Chantal en Marcel Reuter, Sander Van Gelder, allemaal goede spelers. Dat hebben we van 1982 tot 1987 gedaan en toen zijn we de samenwerking gestopt. Het is voor mij een hele belangrijke periode geweest.”

In 1987 ging Ekker aan de slag bij Amstelpark om daar samen met Duncan de Mooy en René Moos de tennisschool te gaan runnen. Ook daar liep het als een trein en groeide de school enorm. Ekker: “Het was een mooi groot park en we hadden veel mogelijkheden. Dat kwam doordat de tennisschool van het park was. Voor het eerst heb ik toen een fulltime programma kunnen aanbieden. We waren van 9.00 tot 16.00 bezig en daarna kwamen de jeugd en de recreanten. Het trok veel professionele spelers, want als ze uit het buitenland kwamen waren ze altijd op zoek naar sparringpartners. We groeiden enorm. Op een gegeven moment moesten we overdag met twee groepen gaan werken van denk ik wel twintig tot vijfentwintig spelers. Ik ben ook individueel met spelers gaan reizen, onder andere met Nicole Jagerman, Sabine Appelmans, Miriam Oremans en Stephanie Rottier. Bij de heren was ik een aantal jaren de privé coach van Reamon Sluiter. Na ongeveer vijf jaar kreeg ik Dennis Schenk als rechter hand. Hij ging ook steeds vaker mee op reis. Oók heb ik nog een periode als coach van het Davis Cup team gefunctioneerd.”

Na Amstelpark werkte Ekker zes jaar bij de bond als bondscoach Jong Oranje. Hij had daar onder andere spelers onder zijn hoede die nu nog spelen: Richel, Lesly, Aranxta, Timo en Igor. Na die zes jaar keerde Ekker terug naar Amstelpark. Ekker: “Daar werd ik gevraagd om technisch directeur te worden. Dat heb ik twee jaar gedaan. Omdat ze daar een andere weg insloegen, niet die van de topsport, wat eerst wel de bedoeling was, werd mijn plaats overbodig. Inmiddels ben ik alweer een klein half jaar bezig met mijn eigen tennisschool op TP Buitenveldert. Ook hier is topsport de kern. Ik spits me toe op het opleiden van jeugd tot professional. Ze hoeven niet per se pro te worden maar ik wil ze leren het maximale uit zichzelf te halen, zoals een professional ook doet.”

Ekkers carrière wordt gekenmerkt door zelf terrein ontdekken, leren in de praktijk en nieuwsgierigheid om zo kwalitatief te blijven groeien. Wie goed naar Ekker luistert, hoort ook dat hij hecht aan eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en creativiteit, pijlers die bij zijn eigen ontwikkeling een rol hebben gespeeld. Een systeem van verplichte bijscholing steekt daar schools bij af. Toch begrijpt Ekker dat de KNLTB is gaan zoeken naar een manier om de kwaliteit van de tennisleraren te waarborgen. Alleen zit het PO systeem volgens hem nog niet dusdanig in elkaar dat het ook kwaliteitsverbetering garandeert.

Ekker: “Ik vind permanente ontwikkeling op zich een goeie gedachte en ik vind ook dat als je in je vak up to date wil blijven je er ook voor moet zorgen dat je up toe date bent. Dat doe je voor je klanten en voor jezelf. Dat de KNLTB is gaan zoeken naar een systeem om het niveau van de leraren omhoog te brengen snap ik ook. Ik denk trouwens dat daarvoor ook de huidige basisopleidingen tegen het licht gehouden moeten worden. Helaas is het systeem van PO wat er nu ligt niet waterdicht. Ik heb bijvoorbeeld een eigen tennisschool maar daar kan in principe iedereen lesgeven. Bij verenigingen is dat weer anders. Wat ik ook niet zo’n goede zaak vind is dat trainers cursussen kunnen volgen – en punten halen – die weinig of geen verbinding hebben met wat ze de hele week op de baan staan te doen. Daar zou een verbeterslag gemaakt kunnen worden. PO impliceert ook een beetje dat de cursus die je hebt gevolgd, de enige manier is waarop het ‘goed’ is, maar ik denk dat de basisopleidingen het fundament moeten vormen waarna je een eigen stijl gaat ontwikkelen. Maar ik begrijp dus óók dat de KNLTB zich er verantwoordelijk voor voelt dat er behoorlijk les wordt gegeven en daarom een systeem bedenkt, maar om dat verplicht te maken geeft geen garantie voor verbetering van de kwaliteit.”

Je bent in het wedstrijdtennis terecht gekomen, kun je daar iets over vertellen?
“Ja, daar ben ik op een hele natuurlijke manier ingegroeid. Maar daar lag ook mijn hart. Vanuit het jeugdtennis maakte ik het stapje naar spelers die professioneel wilden gaan tennissen en vervolgens werd het nationale tennis het internationale tennis, de ATP en WTA Tour en uiteindelijk ging ik naar Jong Oranje. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik ongelofelijk veel respect heb voor trainers die zeer gemotiveerd, veertig weken per jaar, jonge kinderen en recreanten leren tennissen. Het is heel ander werk dan wat ik doe.”

Hoe omschrijf je wat jij doet? “Het hoofddoel is natuurlijk dat ik mijn spelers probeer te verbeteren in tennis. Waar ik specifiek mee bezig ben is dat ik probeer mijn spelers professional te maken. Dat ze leren om keuzes te maken en leren wat er allemaal van invloed is op de eindprestatie. Het gaat dus niet alleen om techniek waar de ‘normale’ tennisleraar voor een heel groot gedeelte mee bezig is. Ik houd me bezig met het pakket wat erbij komt kijken als een tennisser wil gaan presteren. Dit even terugkoppelend naar verplichte bijscholing, als je in het segment waarin ik werkzaam ben wil dat mensen naar jou toekomen omdat ze van jouw expertise gebruik willen maken, dan moet je van heel goeden huize komen. Je moet je dus wel verbeteren, maar dat wil je ook want je bent nieuwsgierig. Ik denk dat dat trouwens het allerbelangrijkste woord is: ‘nieuwsgierig’. Als coach moet je nieuwsgierig zijn. Op het niveau waarop ik bezig ben moet je het zelf uitvinden en zelf stappen maken. Je kunt het niet kant en klaar halen op een cursus of in de bieb.”

Kun je een belangrijke les uit je carrière noemen?
“Als tennistrainer wil ik natuurlijk op alle gebieden kwaliteit leveren, maar ik weet ook dat ik niet alles in huis heb. Ik heb dus geleerd dat ik ook specialisten van buitenaf moet inhuren wil ik een goed programma kunnen neerzetten. Denk bijvoorbeeld aan de gebieden voeding, mental coaching etcetera. Het is hetzelfde als bij een tennisser. Als je de top wil halen dan kun je beter in een aantal dingen heel goed zijn en in een aantal dingen wat minder goed, dan dat je op alle gebieden een zeven scoort. Een leuk voorbeeld is Isner. Die won afgelopen weekend weer met zijn geweldige service en forehand.”

Je hebt in je loopbaan heel veel gezien en gedaan. Kun je een belangrijk inzicht noemen wat je hebt opgedaan in de afgelopen jaren op het gebied van het ondernemerschap?
“Als ik het opnieuw zou moeten doen dan zou ik veel eerder proberen te kijken of ik een park helemaal in eigen in beheer kan krijgen waar je tennisspelers kunt opleiden. Nu ik ben begonnen met mijn eigen tennisschool op Tennispark Buitenveldert, moet ik banen huren. Dat is altijd een hele complexe factor. Ik heb een tijdlang voor Amstelpark gewerkt en daar was de tennisschool van het tennispark. Er waren geen aparte entiteiten. Daardoor krijg je al direct een ander rekenmodel en kun je betere programma’s aanbieden. Als ondernemer is het me daar uiteindelijk om te doen, goede programma’s aanbieden. Dus ik zou in beginsel veel eerder naar de grote lijnen kijken hoewel je dan wel weer snel het stempel ‘commercieel’ krijgt opgedrukt. Maar je moet gezond zijn, dus je moet goed kijken hoe je voor een lange termijn een goed product kunt aanbieden dat betaalbaar is. Zakelijk gezien is het gewoon heel moeilijk om in het wedstrijdtennis echt je brood te verdienen, omdat het zo’n kleine markt is.”

Heb jij een advies voor een beginnende tennisleraar?
“Goh, voor een beginnende tennisleraar…Wat me opvalt is dat tennisleraren, ik wil ze natuurlijk niet allemaal over een kam scheren, in hun jeugdlessen vaak te snel door de oefenstof heen rammen, waardoor er bij de kinderen geen goed fundament ontstaat. De les moet natuurlijk leuk en gevarieerd zijn, maar dat kun je ook bereiken zonder kinderen dingen te laten doen waar ze eigenlijk nog niet aan toe zijn. Ik vind het internet hierbij een valkuil. Je komt zo veel oefeningen en informatie tegen dat het verleidelijk is om het te gaan gebruiken. Maar daar moet je volgens mij mee oppassen. Natuurlijk moet je na de opleiding ook open blijven staan voor nieuwe dingen en in de rondte kijken, maar dan ik zou eerder adviseren om eens een dagje mee te lopen met een meer ervaren tennisleraar.”