linkedin
facebook
twitter
Vereniging van Nederlandse Tennis Leraren

Interview Francis Dunselman

Interview Francis Dunselman (1970)
Tennistrainster en sportcoördinator racketsport
Licenties: A en B
Huidige functie: sportcoördinator racketsport bij de gemeente Amsterdam

Door: Sophie Asberg, tennislerares en freelance sportredacteur

‘Jij wil later zeker tennislerares worden hè?’ werd er vroeger soms aan mij gevraagd. Dat vond ik altijd raar, want omdat ik lekker kon tennissen, zou ik dus ook wel tennislerares willen worden. Maar daar moest ik op mijn veertiende niet aan denken! Pas op late leeftijd ontdekte ik – wel – wat voor mooi beroep het is. En dat een overstap uit het bedrijfsleven naar de tennissport meer dan de moeite waard is geweest. Andersom kan het ook. Beginnen op de tennisbaan en na jaren bij verschillende clubs te hebben getraind, ‘off court’ je carrière voortzetten. Zo verging het Francis Dunselman. Na twintig jaar in het trainersvak besloot zij in 2004 om bij de gemeente Amsterdam als sportcoördinator racketsport aan de slag te gaan. Omdat zij ontdekte dat zij méér wilde met tennis en ook talent had voor organiseren.
Dunselman omschrijft zichzelf als een echte doener, met visie en overtuigingskracht. Sinds de komst van Dunselman is er dan ook veel moois bereikt. Het meest in het oog springen de per jaar gemiddeld 12.000 kinderen die op de een of andere manier in aanraking komen met tennis, veelal via school. Verder is Dunselman trots op de trainerskwaliteit die is bereikt. Het heeft een aantal jaren geduurd, maar nu wordt er gewerkt met een groep trainers die in staat is om alle naschoolse – en kennismakings trajecten te begeleiden. Er ligt desalniettemin ook nog genoeg uitdaging, want kennismaken is één, kinderen bij de sportaanbieders houden is twéé. Blijven sporten is lang niet vanzelfsprekend voor ieder kind.
Op een zonnige zomerse middag ben ik in gesprek met Dunselman en vertelt zij over haar werk en ambities voor het Amsterdamse kind.

Kun je iets vertellen over je carrièreverloop?
“In totaal heb ik ruim twintig jaar tennisles gegeven. Ik ben begonnen bij ATC Slotervaart, de club waar ik ooit zelf ben gestart met tennissen. Vrij snel ben ik overgestapt naar ATC Kadoelen. Daar heb ik tien jaar gewerkt. Ik was toen eigenlijk al een beetje aan het kijken of ik misschien iets anders kon gaan doen naast het lesgeven maar ik kwam toch nog bij de Weesper Tennis Club terecht. Dat was zo’n leuke vereniging dat ik daar zelfs acht jaar ben blijven hangen. In die periode ben ik me wel verder gaan oriënteren op ander werk en toen ben ik in 2004 in contact gekomen met iemand bij de gemeente die als racketsportcoördinator werkte en ging stoppen. Die vroeg mij: ‘Is deze functie niet iets voor jou?’ Het leek me wel wat! En zo ben ik bij de gemeente terechtgekomen. Eerst voor een aantal uur naast mijn tennislessen in Weesp en pas in 2010 bijna fulltime.”
Wat houdt je functie in?
“Ik ben verantwoordelijk voor het racketsportprogramma op scholen en het bewaken van de kwaliteit daarvan. We bieden racketsport aan als kennismakingsaanbod of als naschools aanbod. Ik ben eigenlijk een soort spil tussen de school, het stadsdeel en de trainer. ‘De trainer’ is soms een tennisschool via wie ik trainers krijg maar het kan ook een ZZP-er zijn. Ze komen dus meestal van buitenaf. Sinds een jaar of twee heb ik ook steeds vaker contact met sportaanbieders, dat zijn bijvoorbeeld de tennisverenigingen, om te kijken of we de overgang van kennismaking kunnen verleggen naar de vereniging, in de hoop dat kinderen structureel blijven sporten.”
Is de functie nog hetzelfde als toen je begon?
“Ja ik doe nog hetzelfde, maar de functie is wel enorm gegroeid. De activiteiten die we coördineren en het aantal verenigingen waarmee we samenwerken zijn bijvoorbeeld enorm toegenomen. Verder was ik in het begin alleen verantwoordelijk voor het voortgezet onderwijs en vanaf ongeveer 2013 is daar het primair onderwijs bijgekomen met badminton en tennis eraan toegevoegd. Tennis is natuurlijk echt in mijn straatje en dat heb ik vanaf dat moment doorontwikkeld met de mogelijkheden die ik had. Er was niet zoveel, er werd kennismaking gegeven en daar stopte het. Dat heeft geresulteerd in toename van kennismakingslessen op scholen en bij de verenigingen, maar ook in het aanbod op straat. Ik geloof daar trouwens erg in: kinderen de eerste kennismaking met tennis laten maken op straat.”
En dat gaat erg goed…
“Ja, inmiddels bieden we de hele maand mei op zestien pleinen in Amsterdam tennis aan. Maar ook het aantal kinderen dat de activiteiten bezoekt neemt toe. Wat ik probeer is om de activiteiten met elkaar te verbinden en te laten toeleiden naar een evenement. Dus als we bijvoorbeeld het ene hebben gedaan, we zo snel mogelijk met de kinderen doorkunnen op straat en dat we van het tennis op straat, als de kinderen willen, uiteindelijk doorkunnen naar het evenement. Ook probeer ik overal lijntjes te leggen naar de sportaanbieders.”
Wat is een evenement?
“Dat is Tenniskids Games. Dat is een onderdeel van de NextGenGames, een soort overkoepelend evenement. Er worden ook heel veel verschillende side events georganiseerd als er bijvoorbeeld een EK of WK van een bepaalde sport op komst is. Zo krijgt die sport extra aandacht. Een evenement is ook gekoppeld aan een topsportevenement. Volgend jaar is dat basketbal. Tennis probeer ik op die manier ook zichtbaar te maken.”
Tennis is een hele grote sport in Nederland maar toch heb jij erg je best moeten doen om het bij de kinderen in Amsterdam op de kaart te zetten…
”Ja, om ze kennis te laten maken met tennis. We hebben veel met groepen kinderen te maken die niet van huis uit meekrijgen om te gaan sporten. We hebben ook programma’s voor kinderen die een bepaalde achterstand hebben, bijvoorbeeld op sociaal gebied of vanwege hun gezondheid. Die proberen we ook in beweging te krijgen, eventueel met het vervolg dat ze lid worden van een sportvereniging. Als dat niet gebeurt, hopen we toch een zaadje bij ze te hebben geplant zodat ze later misschien zeggen: ‘dat heb ik vroeger al eens gedaan en dat ga ik nu doen!’. De gemeente vindt overigens dat alle kinderen moeten kunnen sporten en dat gebrek aan geld geen belemmering mag zijn om lid te worden van een sportaanbieder. Daarom is de Sport Vergoeding Jeugd in het leven geroepen. Dit is een voorziening waarbij de gemeente en het Jeugdfonds Sport samenwerken om juist de kinderen uit minder vermogende gezinnen te ondersteunen.”
Je hebt contacten met verschillende partijen. Vertel eens over jouw contacten met tennistrainers…
.“We hebben een grote poule van tennistrainers, tegenwoordig ook wel vanuit tennisscholen, die tennistrainers leveren. Zij verzorgen veel activiteiten voor ons. Niet alleen tennis, maar sinds twee jaar ook ‘kleuterracket’ of bijvoorbeeld ‘racketmix’. Bij ‘kleuterracket’ doen we met groep één heel basic dingen. In ‘racketmix’ komen binnen een kennismaking of naschools traject verschillende sporten aan de orde. Daar zijn dus altijd veel tennistrainers bij betrokken en met name zijn de trainers met de periode van september tot en met maart altijd heel blij. Het zijn namelijk veel uren die je overdag kunt maken, en dat is prettig, want daarna kun je eventueel door naar de sportaanbieder. En in de winter hebben ze bovendien vaak minder uur.”
Denken de trainers ook mee? Zijn ze ook gesprekspartner als je bijvoorbeeld een nieuw product wil ontwikkelen?
“Ja, er zijn zelfs drie trainers die een coördinerende rol hebben gekregen om mij te ondersteunen. Met hen spar ik heel veel. Ik spreek ook wel met tennisscholen, maar dat zou naar mijn smaak beter kunnen. Het initiatief mag wat mij betreft wat meer vanuit de tennisscholen komen. Nu is toch de gemeente vaak de initiatiefnemer. Wij vragen dan: ‘wij willen graag dit en kunnen jullie dat leveren?’ ”
Welke ervaringen uit jouw tijd als tennistrainer neem jij nu mee in de uitvoering van je werk?
“Ik denk onder andere dat ik goed kan sparren met de trainers over de manier van lesgeven aan de betreffende doelgroepen, maar dat ik bijvoorbeeld ook goed kan adviseren als we nieuwe spelletjes ontwikkelen voor de kinderen. Ik bemoei me overigens wel steeds minder met de uitvoering. Dat is het voordeel van tennis, we werken alleen maar met professionals, dus ik kan veel aan anderen overlaten. En door de huidige opleidingen is het met het niveau van de trainers goed gesteld. Veder heb ik nog heel lang mijn netwerk gebruikt en kan ik makkelijk contact maken. Ik spreek de taal van tennis.”

“Eigenlijk kun je alles heel goed organiseren, heel goed bedenken en er kan geld voor zijn, maar als je de trainer niet hebt die het kan uitvoeren, dan heb je niks.”

Waar ben je het meest trots op wat jullie hebben bereikt?
“Dat zijn denk ik sowieso toch de verbindingen waarover ik het had. Dat het me is gelukt om de activiteiten zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Heel belangrijk hierbij is dat ik ook trainers heb gevonden die dit alles goed kunnen uitvoeren, want niet iedereen is geschikt om bijvoorbeeld met dertig kinderen in een gymzaal te staan, en ook is niet iedereen geschikt om met pubers om te gaan. Tennissen op straat heeft een heel hoog instuifgehalte, er zit geen structuur in, ook dát kan niet iedere trainer aan. Dus met de juiste mensen hebben we na een aantal jaren investeren heel veel kwaliteit bereikt. Eigenlijk kun je alles heel goed organiseren, heel goed bedenken en er kan geld voor zijn, maar als je de trainer niet hebt die het kan uitvoeren, dan heb je niks.”
Werken jullie naar een bepaald doel toe?
“We laten nu heel veel kinderen kennismaken met tennis, gemiddeld 12.000 per jaar. Dat is heel mooi. Maar wat ik merk is dat heel weinig kinderen na die kennismaking de stap zetten naar de sportaanbieder. Het binnenhalen gaat dus best aardig maar het behouden is wel nog een moeilijk ding. Daar zijn overigens denk ik heel veel redenen voor. Zo hebben de kinderen bijvoorbeeld veel verschillende culturen en in iedere cultuur werkt het weer anders. Dus ik zou graag willen kijken hoe we meer kinderen bij een sportaanbieder kunnen houden zodat zij ook kunnen voelen hoe het is om onderdeel van een vereniging te zijn met alle mooie elementen zoals gezelligheid, samenwerking, sociaal, spelregels, noem maar op. Dus nogmaals, helaas maken de kinderen bijna geen gebruik van het aanbod om lid te worden van een vereniging, maar wat werkt dan wel? Daar zou ik heel graag nog over in gesprek gaan met de sportaanbieders.”
Ook met de KNLTB?
“Ja ook. Daar werken we sowieso al mee samen in de aanloop naar het evenement. De KNLTB levert materialen voor de scholen en de straatactiviteiten waardoor we tennis heel breed kunnen wegzetten. Verder heb ik regelmatig overleg met hun accountmanager, Arie Martijn Schenk.”
Hoe kijk je terug op je eigen persoonlijke ontwikkeling? Waarvan zeg je, ‘ja, hier heb ik echt stappen gemaakt…’
“Phoe, lastige vraag. Toen ik begon met lesgeven was ik negentien. Eigenlijk ben ik zomaar begonnen, ben ik er vrij naïef ingestapt. Eerst twee jaar bij Slotervaart en daarna bij Kadoelen, een heel grote vereniging. Ik kwam er al vrij snel achter dat ik het bij Kadoelen niet alleen ging redden en toen heb ik mijn broer erbij gevraagd. Eigenlijk hebben we alles zelf een beetje ontdekt. Op een gegeven moment gingen we onszelf bijvoorbeeld tennisschool noemen. Je kunt zeggen, door schade en schande ben ik wijs geworden, heb ik mezelf ontwikkeld. Misschien heb ik door het lesgeven ook geleerd om makkelijker contact te maken met mensen. Ook omdat ik het wereldje natuurlijk goed ken. Ten slotte ben ik er misschien ook meer en meer achter gekomen wat ik leuk vind en waarin ik goed ben. En gelukkig heb ik nu de ruimte om daar elke dag mee bezig te zijn.”